Jou en mij (1994 / herwerkt 2004 / 2024)

Context

Jou en mij schreef Arjen in de eerste helft van de jaren negentig, in dezelfde periode als Eind van het liedje. Het nummer ontstond tijdens zijn studententijd, in een fase waarin hij worstelde met twijfel binnen een langdurige relatie en met de vraag hoe ver liefde kan reiken wanneer onzekerheid en afstand toenemen.

De tekst beschrijft een relatie waarin nabijheid en vervreemding naast elkaar bestaan. De geliefde is tegelijk dichtbij en onbereikbaar, aanwezig en afwezig. Het lied verwoordt de spanning tussen blijven geloven in ‘wij’ en het besef dat dat geloof onder druk staat.

Rond 2004 arrangeerden Arjen en Joris het nummer - en daarna aanvullend in 2024.

Hoewel de regel ‘Ik geloof nog steeds in jou en mij’ later bekend werd door een lied van Boudewijn de Groot (Avond), ontstond deze tekst onafhankelijk daarvan - en eerder - met een verschillende betekenis.

Tekst

Zie haar lopen
Zie haar mooi zijn
Voor heel even
Is het haar toneel
Haar plein

Zie haar lopen met haar ziel onder haar arm
Zie haar ogen als ze stil naar jou verlangt
En ze zegt
Ik geloof nog steeds in jou en mij

Zie haar liggen
Zie haar mooi zijn
In de ochtend
Zo dichtbij
Zo naakt
Maar toch zo ver van mij

Voel de afstand als ze toch recht voor je staat
Voel de onmacht als ze weer haar eigen kant op gaat
En ze zegt
Ik geloof nog steeds in jou en mij

Je streelt haar huid zo zacht
Omdat je zielsveel van haar houdt
Droogt haar tranen en zegt zacht
Omdat ik zielsveel van je hou

Maar voel de afstand als ze toch recht voor je staat
Voel de onmacht als ze weer haar eigen kant op gaat
Ze is weg
En ik geloofde eens in jou en mij
Geloof nog steeds in jou en mij
Geloof ik